Geschiedenis

De DECT standaard werd door het ETSI vastgelegd in maart 1992. De eerste producten waren in 1993 beschikbaar.

DECT wordt in alle Europese landen gebruikt. In eerste instantie was het een Europees initiatief en stond DECT voor “Digital European Cordless Telecommunications”. Door het grote succes van de standaard namen ook niet-Europese landen deze over. Hierdoor werd de betekenis van DECT gewijzigd in “Digital Enhanced Cordless Telecommunications”. Buiten Europa wordt deze standaard nu ook vooral gebruikt in Azië, Australië en Amerika.

De standaard wordt verbeterd en verder ontwikkeld in het “ETSI Sub Technical Committee Radio Equipment and Systems 03” (STC RES-03).

Eco-Modus

Basisstations van draadloze DECT-apparatuur zenden continu een controlesignaal uit (beacon functie), ook wanneer de handset niet wordt gebruikt. Het Duitse Federaal Bureau voor Stralingsbescherming kwam in 2006 met richtlijnen ter vermindering van menselijke blootstelling aan hoogfrequente velden van DECT-apparatuur. Op basis hiervan werd de Eco-Modus (Engels: Eco Mode) ontwikkeld. In Eco-Modus wordt het zendvermogen met ca. 80% gereduceerd in vergelijking met traditionele DECT-toestellen. Hierdoor vermindert de reikwijdte. Ook in Eco-Modus blijft het basisstation continu het controlesignaal uitzenden. Verdere stralingsreductie biedt Eco-Modus-Plus, waarbij het zendvermogen wordt verminderd en de zender van het basisstation geheel wordt uitgeschakeld wanneer de handset niet wordt gebruikt. Eco-Modus-Plus wordt onder diverse benamingen aangeboden, waaronder DECT-zero, Fulleco en Full Eco Mode. Onafhankelijke tests hebben uitgewezen dat Eco-Modus-Plus bij de meeste apparatuur standaard is uitgeschakeld. Het moet door de gebruiker worden ingeschakeld.

 

** overzicht **